Promotiekleurslag

Jaarlijks zetten we één van onze kleurslagen, een mutatie of een combinatie, opnieuw in de belangstelling.  Onze technische en tentoonstellingscommissie adviseren ons bij de keuze van die kleurslag. Beide commissies zijn aandachtige toeschouwers op onze shows: zij bewaken zowel de kwaliteit als de kwantiteit.

 

Promotiekleurslagen 2018:
combinaties met Zwartwang en Witborst in de klassieke kleuren

Dit betekent dat in 2018 volgende kleurslagen gepromoot worden:

  • De combinaties met zwartwang maar niet meer de zwartwang in de klassieke kleuren
  • De witborst in de klassieke kleuren
 

Standaardeisen Witborst grijze man

Tekening:
Traanstreep: ontbreekt
Snavelstreep: ontbreekt, tussen snavel en wangvlek wit Wangvlek: oranjebruin
Zebratekening: ontbreekt
Borstband: ontbreekt, de borst is wit
Flanktekening: kastanjebruin, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen Bovenstaartdekveren: lichtgrijs, zo donker mogelijk, wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: grijs, met blauwachtige waas, op de kop iets gehamerd
Rug- en vleugeldek: grijs, iets donkerder dan kop, de eerste en tweede rij vleugeldekveren plus de kleine vleugelpennen vertonen een witte omzoming die een regelmatig schubeffect vormt
Stuit: wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtgrijs, onderstaartdekveren wit Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood 

 
 

Standaardeisen Witborst grijze pop

Tekening:
Traanstreep: ontbreekt
Snavelstreep: ontbreekt, tussen snavel en wang wit Bovenstaartdekveren: lichtgrijs, zo donker mogelijk, wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: grijs, op de kop iets gehamerd
Rug- en vleugeldek: grijs, iets donkerder dan kop, de eerste en tweede rij vleugeldek veren plus de kleine vleugelslagpennen vertonen een witte omzoming die een regelmatig schubeffect vormt
Wangen: wit
Flanken: lichtgrijs
Kin, keel en borst: wit
Stuit: wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtgrijs, onderstaartdekveren wit Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood 

 

Standaardeisen Witborst bruine man

Tekening:
Traanstreep: ontbreekt
Snavelstreep: ontbreekt, tussen snavel en wangvlek wit Wangvlek: oranjebruin
Zebratekening: ontbreekt
Borstband: ontbreekt, de borst is wit
Flanktekening: kastanjebruin, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen Bovenstaartdekveren: lichtbruin, zo donker mogelijk, wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Rug- en vleugeldek: bruin, iets donkerder dan kop, de eerste en tweede rij vleugeldekveren plus de kleine vleugelpennen vertonen een witte omzoming die een regelmatig schubeffect vormt
Stuit: wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtbruin, onderstaartdekveren wit
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood 

 
 

Standaardeisen Witborst bruine pop

witborst bruin pop

Tekening:
Traanstreep: ontbreekt
Snavelstreep: ontbreekt, tussen snavel en wang wit
Bovenstaartdekveren: lichtbruin, zo donker mogelijk, crème geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Rug- en vleugeldek: bruin, iets donkerder dan kop, de eerste en tweede rij vleugeldekveren plus de kleine vleugelpennen vertonen een witte omzoming die een regelmatig schubeffect vormt
Wangen: wit
Flanken: lichtbruin
Kin, keel en borst: wit
Stuit: wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtbruin, onderstaartdekveren wit Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood 


 

Standaardeisen zwartwang grijze man

Tekening:
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen snavel- en traanstreep wit
Wangvlek: zwart
Zebratekening: zwart, op lichtgrijze ondergrond
Borstband: zwart
Flanktekening: zwart, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen
Bovenstaartdekveren: zwart-wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: grijs, met blauwachtige waas op de kop iets gehamerd
Rug- en vleugeldek: grijs, iets donkerder dan kop en nek, de vleugelpennen mogen een iets lichtere grijze omzoming vertonen
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit
Onderlijf: zo wit mogelijk
Staartpennen: zwart, onderstaartdekveren crèmewit
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood

 
 

Standaardeisen zwartwang grijze pop

Tekening:
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen snavel- en traanstreep wit Bovenstaartdekveren zwart-wit geblokt

Kleur: 
Kop en nek: grijs, op de kop iets gehamerd
Wangen: zwart
Rug- en vleugeldek: grijs, iets donkerder dan kop en nek, de vleugelpennen mogen een iets lichtere grijze omzoming vertonen
Flank: iets lichter grijs dan het vleugeldek
Kin, keel en borst: lichtgrijs
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit
Onderlijf: crèmewit
Staartpennen: zwart, onderstaartdekveren lichtcrème
Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood

 

Standaardeisen zwartwang bruine man

Tekening:
Traanstreep: zwartbruin, vormt één geheel met de zwartbruine wangvlek
Snavelstreep: zwartbruin, tussen snavel- en traanstreep wit
Wangvlek: zwartbruin
Zebratekening: zwartbruin, op lichtbruine ondergrond met zilveren waas
Borstband: zwartbruin
Flanktekening: zwartbruin, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen
Bovenstaartdekveren: zwartbruin-wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Rug- en vleugeldek: bruin, zo donker en zo warm mogelijk
Stuit: zijkanten zwartbruin, middengedeelte crèmewit
Onderlijf: lichtcrème
Staartpennen: donkerbruin, de onderstaartdekveren lichtcrème, iets donkerder dan het onderlijf
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood

 
 

Standaardeisen zwartwang bruine pop

Tekening:
Traanstreep: zwartbruin, vormt één geheel met de zwartbruine wangvlek
Snavelstreep: zwartbruin, tussen snavel- en traanstreep crème. Bovenstaartdekveren zwartbruin-lichtcrème geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Wangen: zwartbruin
Rug- en vleugeldek: warmbruin, zo donker en zo warm mogelijk
Flank: iets lichter bruin dan het vleugeldek.
Kin, keel en borst: lichtbruin, met zilveren waas
Stuit: zijkanten zwartbruin, middengedeelte crème
Onderlijf: lichtcrème
Staartpennen: donkerbruin, de onderstaartdekveren crème
Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood

 

Standaardeisen zwartwang bleekrug grijze man

  Zebravink Zwartwang bleekrug grijs man

Tekening
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen traan- en snavelstreep wit
Wangvlek: zwart
Zebratekening: zwart op licht zilvergrijze ondergrond
Borstband: zwart
Flanktekening: zwart, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen
Bovenstaartdekveren: zwart-wit geblokt

Kleur
Kop en nek: zilvergrijs, op de kop iets gehamerd
Rug- en vleugeldek: licht zilvergrijs, de kleurscheiding in de nek moet scherp en duidelijk zijn, de slagpennen mogen een iets lichtere omzoming vertonen
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: donkergrijs, onderstaartdekveren wit
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood

 
 

Standaardeisen zwartwang bleekrug grijze pop

Tekening
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen traan- en snavelstreep wit
Bovenstaartdekveren: zwart-wit geblokt

Kleur
Kop en nek: lichtgrijs, op de kop iets gehamerd.
Wangen: zwart
Rug- en vleugeldek: licht zilvergrijs, de kleurscheiding in de nek moet scherp en duidelijk
zijn, de slagpennen mogen een iets lichtere omzoming vertonen
Flank: lichtgrijs
Kin, keel en borst: lichtgrijs met zilveren waas
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit.
Onderlijf: wit
Staartpennen: donkergrijs, de onderstaartdekveren wit
Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood

 

Standaardeisen zwartwang masker grijze man

 Zebravink Zwartwang masker grijs man

Tekening
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen traan- en snavelstreep wit
Wangvlek: zwart
Zebratekening: zwart, op licht zilverwitte ondergrond
Borstband: zwart
Flanktekening: zwart, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen
Bovenstaartdekveren: zwart-wit geblokt

Kleur
Kop en nek: roomkleurig, met zilvergrijze waas
Rug- en vleugeldek: roomkleurig, met zilvergrijze waas
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtgrijs, onderstaartdekveren wit
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood

 
 

Standaardeisen zwartwang masker grijze pop

Tekening
Traanstreep: zwart, vormt één geheel met de zwarte wangvlek
Snavelstreep: zwart, tussen traan- en snavelstreep wit
Bovenstaartdekveren: zwart-wit geblokt

Kleur
Kop en nek: roomkleurig, met zilvergrijze waas
Wangen: zwart
Rug- en vleugeldek: roomkleurig, met zilvergrijze waas
Flank: roomkleurig, met zilvergrijze waas
Kin, keel en borst: crèmewit
Stuit: zijkanten zwart, middengedeelte wit
Onderlijf: wit
Staartpennen: lichtgrijs, onderstaartdekveren wit
Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood

 

Standaardeisen bruine man

Tekening:
Traanstreep: zwartbruin
Snavelstreep: zwartbruin, tussen traan- en snavelstreep wit
Wangvlek: diep oranjebruin
Zebratekening: zwartbruin op een lichtbruine ondergrond met zilveren waas
Borstband: zwartbruin
Flanktekening: kastanjebruinbruin, bezet met regelmatig verdeelde ronde witte stippen
Bovenstaartdekveren: zwartbruin‑wit geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Rug- en vleugeldek: bruin, zo warm, donker en egaal mogelijk
Stuit: zijkanten zwartbruin, middengedeelte crème
Onderlijf: crème
Staartpennen: donkerbruin, de onderstaartdekveren crème, zo warm en donker mogelijk
Snavel: koraalrood
Poten: oranjerood

 
 

Standaardeisen bruine pop

Tekening:
Traanstreep: zwartbruin
Snavelstreep: zwartbruin, tussen traanstreep en snavelstreep crème.
Bovenstaartdekveren: zwartbruin‑crème geblokt

Kleur:
Kop en nek: bruin
Wangen: bruin, iets lichter dan de kop
Rug- en vleugeldek: bruin, zo warm, donker en egaal mogelijk
Flank: bruin, iets lichter dan het vleugeldek.
Kin, keel en borst: lichtbruin met zilveren waas
Stuit: zijkanten zwartbruin, middengedeelte warmcrème
Onderlijf: crème, zo warm en donker mogelijk
Staartpennen: donkerbruin, de onderstaartdekveren crème zo warm en donker mogelijk
Snavel: oranjerood
Poten: oranjerood

 

Bruin - Keurtechnische aanwijzingen

Het rugdek moet warmbruin zijn. Meestal is dit te koud, vooral bij exemplaren met de juiste kleurdiepte van de tekeningpatronen. Bij lichtere tekeningpatronen zien we vaak een warmere kleur op rug- en vleugeldek. Men moet streven naar een goed evenwicht tussen beide.
Jonge vogels tonen een rosse omzoming aan slagpennen en vleugeldekveren. Dit effect verdwijnt pas na de tweede rui.

 

Meer weten over de bruine Zebravink...

1. Algemeen
De eerste mutatie die bij de zebravink optrad is de bruine. Vrijwel zeker is deze mutatie ontstaan in de natuur. Ornithologen merkten bij waarnemingen in de natuur regelmatig in een zwerm zebravinken bruine poppen op. De allereerste melding van een bruine zebravink in de literatuur dateert van 1927. Rond 1950 is de bruinmutatie in België en in Nederland algemeen bekend.

De eerste benamingen variëren van reebruin over isabel naar normaal bruin tot bruin zoals die vandaag genoemd wordt. Het verschil tussen een wildkleur grijze en een bruine is dat de zwarte eumelanine door de mutatie slechts kan uitoxideren tot bruine eumelanine i.p.v. zwarte. Op plaatsen waar bij de grijze een hoge concentratie eumelanine wordt waargenomen, bijvoorbeeld de borstband, de bloktekening, snavel- en traanstreep, verandert het zwart in zwartbruin.

Het kleurbeeld van de eerste mutanten was een zandkleurig bruin. Dit is een koude kleur op het rugdek. Als we de standaard van vandaag bekijken dan hebben we een heel andere bruine zebravink gestandaardiseerd dan het fenotype van de eerste bruine.

2.Kweektechnische aanwijzingen
2.1 Algemeen
Van oorsprong is de bruinmutatie op het rug- en vleugeldek zandkleurig bruin. Dit is een lichte, koude kleur. De standaard eist dat de bruine zo donker en warm mogelijk van kleur is. Er is dus in de 50 jaar dat er met de bruine gekweekt wordt heel wat selectie verricht om te komen tot het donker warmbruin van onze huidige showvogels.
Om te komen tot een donkere warmbruine zullen zowel eumelanine als phaeomelanine sterk aanwezig dienen te zijn. De ideale donker warmbruine kleur is een mengvorm van een maximale aanwezigheid phaeomelanine gecombineerd met de juiste dosering eumelanine.

Als we de standaardkleur van een bruine ontleden vinden we twee onderdelen,  namelijk donker en warm. De diepte komt van de eumelanine die onder invloed van de bruinmutatie zandkleurig bruin is geworden. De eumelanine is de ondersteunende factor.
De warmte komt van de roodbruine phaeomelanine. Deze kleurstof ondergaat geen verandering onder invloed van de mutatie. De phaeomelanine is de factor die bepaalt dat een bruine zebravink optimaal van kleur is.
Beide kleurpigmenten dienen elkaar dus aan te vullen om een optimale bruine te verkrijgen. Anders gezegd kunnen we stellen: de bruine zebravink dient zowel in kleur als in tekening sterk gepigmenteerd te zijn. Op dit vlak is de bruine zebravink uniek in het bestand. Immers alle andere kleurslagen zijn minder gepigmenteerd, zelfs de grijze.


2.2 De selectie-methode
Om kleur van bruine zebravinken te verbeteren is het sterk af te raden om een andere kleurslag te gebruiken. Immers de andere kleurslagen lijden verlies in één of meerdere onderdelen of pigmenten. De moderne bruinkweker zal wel ergens een bruine kweekvogel met de geschikte kwaliteiten ontdekken. Bruine kweekvogels zijn meestal – zeker - geen TT-vogels. Bij de selectie dient er steeds gelet te worden op het bezit van een maximale aanwezigheid van phaeomelanine. Deze kan het beste op de stuit worden ingeschat. Hoe warmer crème - zelfs op het rosachtige af - deze zone van kleur is, hoe groter het phaeomelanine bezit. Ook de buikkleur is een goede parameter. Vogels met een sterke aanwezigheid van phaeomelanine maar met te weinig eumelaninebezit, zullen zacht bruin van kleur zijn. Helemaal geen TT-vogels maar zeer waardevolle kweekvogels.

Hetzelfde kan gezegd worden van exemplaren die de juiste hoeveelheid phaeomelanine bezitten maar die een te grote hoeveelheid eumelanine bezitten. Deze exemplaren zullen te hard van kleur zijn, zelfs op het grauwgrijze af. Opnieuw geldt hier, geen TT-vogels, maar erg waardevolle kweekvogels.

Worden deze twee types onderling gepaard, dan zal hoewel zij beiden geen TT-vogels zijn, een zeker percentage van de jongen de ideale standaardkleur benaderen. Het is dit soort paring die door moderne bruinkwekers frequent wordt toegepast.

Wie als bruinkweker jaren zonder bloedverversing met een stam bruine kweekt, zal bemerken dat de hoeveelheid phaeomelanine in de vogels vermindert, ook al paart men steeds maximale phaeomelanine aan maximale phaeomelanine. Het lijkt erop dat de phaeomelanine zeer langzaam verdwijnt. De intermediaire vererving van phaeomelanine is hier de oorzaak van. Net als bij de andere kleurslagen is het ook bij de bruine nodig om regelmatig een niet verwante bruine in te kweken die kleurcapaciteiten bezit die in de stam ontbreken.


2.3 De grijs-methode
Hoewel ik hoger schreef dat de inbreng van een andere kleurslag is af te raden,  wil ik de inbreng van een andere kleur niet uitsluiten.
Immers, indien men niet in het bezit kan komen van bruine vogels die bestaande kleurfouten in een stam bruine kunnen opvangen, moet men de ontbrekende factoren elders gaan halen.
Wat kan men doen indien men een bruine stam bezit die te licht van kleur op het rug- en vleugeldek wordt? In dit geval is er nog genoeg phaeomelanine aanwezig, maar een tekort aan ondersteunend eumelanine.

2.3.1 Bruine man en grijze pop
Dan kan een grijze pop met een maximum aan bruine aanslag op het rug- vleugeldek en een zeer crème buik gepaard worden aan een bruine man. Men verkrijgt dan direct jonge bruine poppen en grijze mannen split voor bruin. Zie figuur 1

Aan te raden is om niet één zulke paring op te zetten, maar twee verschillende bruine mannen met zulke grijze pop enkele nestjes te laten groot brengen.
Het volgende kweekjaar kan men dan door halfbroers en halfzusters aan elkaar te paren direct in de goede richting gaan wat bruindiepte en warmtebezit betreft.
Zie figuur 2

2.3.2 Grijze man en bruine pop
Hetzelfde resultaat maar over een langere weg is een grijze man met zeer veel bruine waas op het vleugeldek en een erg crème buik inschakelen. Men paart dan zulke grijze man aan een bruine pop. Alle jongen zullen grijs zijn maar de mannetjes zullen split zijn voor bruin. Zie figuur 3.

Voor beide voorbeelden geldt dan dat uit de jonge grijze mannen men het exemplaar kiest met de meeste bruine aanslag op het rug- en vleugeldek en de meest crème buik. Die paart men aan een bruine pop.
Hieruit zullen bruine mannen en poppen geboren worden die een kleurverbetering laten zien. De resultaten via deze weg zijn goed te noemen maar hebben als nadeel dat de koppen van de zo gekweekte bruine mannen nogal eens grauwgrijs willen uitvallen.


2.4 Het zonlicht-effect
Wie bruine zebravinken kweekt, zal bemerken dat deze lichter van kleur worden naargelang ze ouder worden. Dit feit wordt waargenomen in gans de bruine serie. Oorzaak hiervan zijn de UV stralen uit het licht.
Indien men bruine zebravinken geruime tijd in vol zonlicht plaatst, blijft er van de bruine kleur op het rugdek zelfs niet veel meer over. Er zijn gevallen bekend waar bruine zebravinken een zeer licht beige kleur bezaten louter door de inwerking van het zonlicht.

Men kan dit slechts verhelpen door de bruine vogels weg te houden van zonlicht. Een vogelverblijf zonder zonlicht of met kunstlicht is de enige oplossing. Bij de keuze van de verlichting moet men er op letten dat men geen TL. lampen gebruikt die UV-stralen uitzenden, want ook zulke lampen zorgen voor opbleking.